Overslaan en naar de inhoud gaan

Toekomst DNA-onderzoek en gezondheid

Er kan steeds meer door DNA-onderzoek. Maar heel veel kan en gebeurt nog niet. We moeten goed nadenken over wat we eigenlijk wel en niet willen.

Nieuwste DNA-onderzoek

Door de nieuwste methode van DNA-onderzoek kunnen we veel sneller en goedkoper alle bekende genen onderzoeken. Tien jaar geleden was de genetische oorzaak van tientallen ziektes bekend. Nu zijn dat al ruim 7000 ziektes. Steeds vaker kan door DNA-onderzoek zoals WES een diagnose worden gevonden.

Voorspellen of je ziek wordt

Komt er een erfelijke ziekte voor in je familie? Dan kun je vaak met voorspellend DNA-onderzoek laten onderzoeken of je de aanleg voor de aandoening ook hebt. Bijvoorbeeld de ziekte van Huntington of een erfelijke vorm van spierziekten. Als je dit weet, zijn er manieren om te voorkomen dat je deze ziekte aan en toekomstig kind doorgeeft. Ook zijn bepaalde soorten erfelijke aanleg voor kanker of voor een hartziekte in een bepaald gen terug te vinden. Als je dit weet, kun je vaak ook controles krijgen en soms voorkomen dat je ziek wordt.
Voor de meeste ziektes kun je niet voorspellen of je ze krijgt. Dat geldt bijvoorbeeld voor diabetes, astma, (niet-erfelijke) kanker, depressie, MS, autisme en (niet-erfelijke) Alzheimer. Die ziektes ontstaan niet door een afwijking in één bepaald gen. Deze ziektes kun je dus niet voorspellen. Ze ontstaan door een combinatie van heel veel varianten in verschillende genen, je ervaringen en hoe je leeft.

Medicijnen aanpassen

Bij sommige mensen werken bepaalde medicijnen beter dan bij andere mensen. Soms kunnen artsen al bepaalde medicijnen op maat voorschrijven door farmacogenetisch onderzoek. De ontwikkelingen op dit gebied gaan snel. Sommige wetenschappers denken dat we in de toekomst een genenpaspoort kunnen gebruiken, om voor ieder persoon de juiste (hoeveelheid) van bepaalde medicijnen voor te kunnen schrijven.

Kinderen krijgen en DNA-onderzoek

Als je een kind wilt, kun je sinds kort vòòr de zwangerschap laten onderzoeken of jullie (de aanleg voor) een ernstige erfelijke ziekte door kunnen geven. Dit noemen we dragerschapstesten.
Weet je al dan jullie kans hebben op een kind met de aandoening? Dan zijn er soms
mogelijkheden. Met bijvoorbeeld PGD kun je voorkomen dat je een bepaalde ziekte doorgeeft aan je kind.

Als je zwanger bent, kun je tegenwoordig met NIPT onderzoeken of je kind het downsyndroom, trisomie 13 of 18 heeft. In de toekomst kunnen misschien veel meer aandoeningen met de NIPT ontdekt worden. Maar willen we dat? En op welke soorten ziektes en handicaps willen we dan testen? Hierover voeren we nog allerlei discussies.

Genen repareren

In wetenschappelijk onderzoek is het ook al mogelijk om genen te repareren, om  bepaalde ziektes te voorkomen. Dit kan met de techniek CRISPR-CAS. Het aanpassen van het DNA van embryo’s mag nog niet. In de hele wereld, en ook in Nederland wordt hierover volop gediscussieerd.

Dilemma’s rond DNA-onderzoek

Met name mensen met aantoonbare erfelijke ziektes (in de familie) hebben baat bij het steeds betere DNA-onderzoek. Maar door deze nieuwe mogelijkheden ontstaan ook nieuwe vragen, zoals:

  • Wil je wel van tevoren weten dat jij of je een kind een ziekte zal krijgen? Waar zadel je een kind dan mee op? (Kinderen testen op ziektes die op volwassen leeftijd beginnen, gebeurt sowieso niet)
  • Hoe gaan we om met nevenbevindingen; uitslagen van DNA-onderzoek waar je niet naar op zoek was?
  • Als we kunnen voorkomen dat een kind ziek wordt, voor welke ziektes mag dit dan wel of niet gebeuren?
  • Moeten we niet oppassen met het streven naar het perfecte kind? In de gezondheidszorg in Nederland zal dit niet gebeuren; hier is het doel alleen om ziektes te bestrijden. Maar wat gebeurt er in de rest van de wereld?
  • En hoe zit het met privacy van je DNA; kunnen we dit wel goed beveiligen en voorkomen dat bijvoorbeeld verzekeraars hier toegang toe krijgen?
  • Hoe gaan we om met commerciële bureaus die DNA-onderzoek aanbieden buiten de gezondheidszorg, dus zonder consult? Wat zeggen hun uitslagen en wat wij als consumenten met de soms vage uitslagen?

Uitdaging voor de toekomst van genetica

We kunnen en weten steeds meer en willen ook steeds meer. Waarschijnlijk zullen we de komende jaren steeds vaker diagnostisch en voorspellend DNA-onderzoek doen. Voor onze eigen gezondheid en die van onze kinderen.
In de nabije toekomst zullen we moeten nadenken en praten over wat we wel en niet willen weten, waar we willen ingrijpen en waar we grenzen moeten stellen. Uitgangspunt daarbij zal zijn om de gezondheid van mensen te verbeteren, rekening houdend met onder meer de ethische gevolgen.