Overslaan en naar de inhoud gaan

Mucopolysaccharidose II (MPS II)

Mucopolysaccharidose type II (MPS II) is een stofwisselingsziekte. De oorzaak is een fout in een gen. Vooral jongens en mannen hebben mucopolysaccharidose type II. Er zijn twee typen MPS II: de ernstige en de milde vorm. De kenmerken verschillen per type en per persoon.

Ernstige vorm
Totdat ze 2 tot 4 jaar oud zijn, ontwikkelen kinderen met de ernstige vorm zich meestal normaal. Maar ze kunnen dan al wel de volgende kenmerken hebben:

Daarna krijgen kinderen vaak:

  • volle lippen
  • een grotere tong
  • een lage, schorre stem
  • kleine lengte
  • dikke huid
  • te veel haar op hun lichaam

Vanaf het 4de jaar kunnen ze ook nog andere kenmerken krijgen:

  • problemen met denken; hun verstand gaat achteruit
  • agressief gedrag
  • minder goed kunnen bewegen, soms is een rolstoel nodig
  • sommige gewrichten kunnen stijf worden
  • de handen kunnen in een klauwstand groeien
  • ze kunnen carpaletunnel syndroom krijgen
  • slechter gaan horen
  • de lever en/of milt kunnen groter worden
  • ze kunnen problemen krijgen met de hartkleppen

Kinderen met de ernstige vorm overlijden vaak als ze tussen de 10 en 20 jaar oud zijn. Vaak komt dat door problemen met hun hart en/of hun longen.

Milde vorm
Bij de milde vorm is er niks aan de hand met de intelligentie. Bij mensen met deze vorm gaat hun verstand bijna niet achteruit. Mensen kunnen klachten krijgen die bij de ernstige vorm horen, maar die beginnen vaker op latere leeftijd en zijn vaak minder ernstig.
Ze kunnen dingen krijgen zoals:

  • volle lippen
  • grotere tong
  • stijve gewrichten
  • moeite met horen
  • problemen met hun hartkleppen
  • problemen met hun luchtwegen

Mensen met de milde vorm kunnen even oud worden als mensen zonder MPS II. Maar ze kunnen eerder overlijden door problemen met het hart of de luchtwegen.

Heb je een vraag? erfolijnaterfocentrum.nl (subject: Vraag, body: Mail%20ons%20uw%20vraag%3B%20binnen%205%20werkdagen%20ontvangt%20u%20een%20antwoord.%20%0A%0AMijn%20vraag%20is%3A%20%0A) (Mail) ons.

ALLES OPENEN
    • Andere namen voor deze ziekte

      Hunter syndroom
      Iduronaat 2-sulfatase deficiëntie
      Hunter syndrome
      MPS 2
      I2S deficiency
      Iduronate 2-sulfatase deficiency
      Ziekte van Hunter

    • Hoe wordt deze ziekte vastgesteld?

      Dokters kunnen denken aan MPS II als een kind de kenmerken heeft zoals die hierboven staan en met onderzoek van de plas. Dokters kunnen de aandoening vaststellen met onderzoek van het bloed of de huid (biopt) en met DNA-onderzoek.

    • Is er behandeling voor deze ziekte?

      Iemand kan (nog) niet genezen van MPS II. Dokters geven een behandeling om de kenmerken minder te maken. Mensen met MPS II komen bij verschillende dokters en behandelaars, zoals een arts die veel weet van stofwisselingsziektes, kinderarts, cardioloog, longarts, neuroloog, erfelijkheidsarts, KNO-arts, fysiotherapeut, revalidatiearts en/of een oogarts. Meestal zijn dat de artsen van het expertisecentrum voor deze aandoening.

      Iemand kan enzymvervangingstherapie krijgen. Dan kunnen sommige kenmerken minder worden.

    • Hoe vaak komt het voor?

      Ongeveer 1 op de 150.000 jongens wordt geboren met mucopolysaccharidose type II. Dat zijn in Nederland ongeveer 1 of 2 jongens met de aandoening per jaar.

    • Wat is de oorzaak van deze ziekte?

      De oorzaak van mucopolysaccharidose type II is een fout in het IDS-gen. Het IDS gen ligt op het X chromosoom, op de lange (q) arm op plek 28 (Xq28).    

      Door de fout in dit gen kan het lichaam bepaalde afvalstoffen niet verwerken. Die afvalstoffen gaan zich verzamelen (opstapelen). Dit kan zorgen voor schade en dan kunnen de klachten ontstaan.

    • Is deze ziekte erfelijk?

      Ja, mucopolysaccharidose type II is erfelijk. Een jongen met deze aandoening krijgt het gen met de fout van zijn moeder. Dit heet X-gebonden recessieve overerving.

    • Kinderwens

      Heb je kans op een kind met MPS II en wil je een kind? Dan heb je verschillende keuzes. Je kunt erover praten met je dokter. Als het nodig is, dan kan je dokter je verwijzen naar een erfelijkheidsarts. Het gesprek over de verschillende keuzes kun je voorbereiden.

      Soms is embryoselectie (PGT) mogelijk voor MPS II. Je kunt met je dokter overleggen of embryoselectie in jullie geval kan.

    • Expertisecentra