Overslaan en naar de inhoud gaan

Hemofilie

Iemand met hemofilie krijgt snel bloedingen. De oorzaak is een fout in een gen. Er zijn verschillende vormen van hemofilie. De twee belangrijkste zijn hemofilie A en hemofilie B. Hemofilie A en hemofilie B komen bijna alleen voor bij jongens en mannen.

De klachten die iemand van hemofilie heeft kunnen van persoon tot persoon verschillend zijn. Als een vrouw drager is van deze aandoening, heeft zij soms sneller blauwe plekken of verliest ze meer bloed als zij ongesteld is.

Iemand met hemofilie A of hemofilie B kan bloedingen krijgen die niet (snel) stoppen. Bijvoorbeeld als iemand valt, na een operatie of een ongeluk. Normaal stopt een bloeding als het bloed stolt. Voor die stolling zorgen bepaalde stoffen in het bloed. Deze stoffen heten bloedstollingsfactoren. Als iemand te weinig bloedstollingsfactoren heeft, stolt het bloed niet goed. Er komt bijvoorbeeld geen korstje op een wond. Mensen met hemofilie missen sommige bloedstollingsfactoren of die stoffen werken niet goed.

Bij ernstige vormen van hemofilie kan iemand ook bloedingen krijgen zonder dat daar een aanleiding voor is. Meestal gebeurt dat in de gewrichten en spieren, maar soms ook op andere plekken.

Sommige mensen hebben een speciale vorm van hemofilie B. Deze vorm heet hemofilie B Leyden. Dit kan bij kinderen zorgen voor bloedingen. Maar in de puberteit  worden die minder.

Heb je een vraag? erfolijnaterfocentrum.nl (subject: Vraag, body: Mail%20ons%20uw%20vraag%3B%20binnen%205%20werkdagen%20ontvangt%20u%20een%20antwoord.%20%0A%0AMijn%20vraag%20is%3A%20%0A) (Mail) ons.

ALLES SLUITEN