

Bij een translocatie is een deel van een chromosoom van plaats gewisseld. Translocaties kunnen erfelijk zijn. Soms erft iemand een translocatie zonder dit te merken. Zo iemand wordt een drager genoemd. Dragers van een translocatie hebben een kans van 10 tot 20% op een miskraam. Ook hebben zij kans op een kind met een aangeboren aandoening.
Het is voor familieleden van een iemand met een translocatie van belang om een chromosoomonderzoek te laten doen. Daarmee kunnen ze laten vaststellen of zij zelf ook drager zijn en of ze kans hebben op kinderen met een aandoening.
Er zijn twee soorten translocaties: gebalanceerde en ongebalanceerde translocaties. Bij een gebalanceerde translocatie is er geen vermindering of vermeerdering van het erfelijk materiaal. Bij een ongebalanceerde translocatie wel.